Categories
Business

Vind een overvloed aan verbeterideeën in een vingerknip Aflevering 13

Welkom bij deze dertiende aflevering van de Business Podcast! Deze episode staat in het teken van het ontwikkelen van je creativiteit. En voor je vreest dat ik je schilderijen wil laten maken, doe beeldhouwen of je uitnodig om in een creaclub te stappen: dat is niet de bedoeling. Business Dad zou Business Dad niet zijn als we het niet vanuit een business-hoek gingen bekijken: je creativiteit ontwikkelen om innoverender te worden.

Innoveren kan je leren

Net zoals je leiderschap kan aanleren, kan je ook jouw creativiteit en innovatief vermogen ontwikkelen. Dus als je denkt dat je niet creatief bent en dat dit absoluut niet voor jou is weggelegd, heb ik goed nieuws: je kan jezelf erin trainen, als je met de juiste mindset een aantal eenvoudige tools toepast.

Waarom is innovatie nu zo belangrijk voor jouw bedrijf, jouw afdeling, jouw project of jouw onderneming? Omdat we vandaag veel meer dan ooit tevoren nood hebben aan betere ideeën, om dingen sneller of efficiënter te doen of zelfs leuker te brengen. Want als we altijd maar blijven doen wat we altijd al deden, dan gaan we keer op keer dezelfde resultaten behalen. 

Volgens mij was het Peter Drucker die deze quote bedacht, al heb ik managementgoeroe Tom Peters hem ook al meermaals horen gebruiken:

“If we always do what we always did, we will always get what we always had.”

Die spiraal van steeds dezelfde resultaten willen we doorbreken. En daarom moeten we de dingen soms eens anders doen. Toekomstgerichte bedrijven die voor duurzaam succes gaan, die vinden zichzelf voortdurend heruit. En dat doe je door op een creatieve manier te kijken naar oplossingen voor problemen of opportuniteiten. 

Deze podcast is een tipje van de sluier. Er zijn heel veel tools om mee aan de slag te gaan. En, met de 80/20-regel in het achterhoofd, koos ik voor deze aflevering twee eenvoudige concepten voor je uit die een enorme impact zullen hebben. Deze twee tools kan je niet alleen op jezelf toepassen, maar ook in teamverband. Zo ben je in elke setting optimaal voorbereid om dat creatieve vlammetje aan te wakkeren en betere resultaten neer te zetten.

Innovatie is een mindset

Innoveren wil niet per definitie zeggen dat je iets Nobelprijswaardigs moet uitvinden. Of dat je een raket met confituur als brandstof moet ontwikkelen. Of met een uitzonderlijke prestatie in het Guinness Book of Records moet komen.

Innoveren is een mindset: je wil continu nadenken hoe je dingen kan verbeteren, je voortdurend afvragen: “Wat zou het effect zijn als…?”, om zo duurzaam succes op te bouwen.

En je moet ook geloven dat je dat echt kán, ook al zit je niet in een creaclubje of ben je niet zo kunstig aangelegd. Kleine aanpassingen kunnen gigantische effecten hebben, hou dat in je achterhoofd.

Vandaag heb ik dus twee concepten voor jou in petto: ideeënvloed en het scheiden van ‘groen licht’- en ‘rood licht’-denken. Ik gaf het je al mee: er zijn ontelbare tools om aan innovatie te doen. Die allemaal behandelen in één aflevering, zou onmogelijk zijn. Maar deze twee tools zijn basisconcepten, waarmee je al een heel eind komt.

  1. Ideeënvloed

Dit komt van het Engelse idea flow, wat volgens mij beter weergeeft wat er wordt bedoeld dan in het Nederlands (je weet al dat ik van een vleugje Engels hou). Die ideeënvloed is iets heel paradoxaals: het aantal ideeën is omgekeerd evenredig met de breedte van het gebied van het onderwerp waar je naar zoekt.

Dat lijkt heel ingewikkeld als je ’t zo leest. Ik verduidelijk het even met een voorbeeld van toen ik nog training gaf. Ik vroeg toen aan de coachees om pen en papier te nemen en gedurende 1 minuut zoveel mogelijk ronde voorwerpen op te schrijven. En wat bleek na die minuut? Dat de eerste drie woorden vrij snel kwamen, maar dat het vanaf het vierde woord al moeilijker werd. En ongeacht hoe groot de groep deelnemers was, 6 à 7 woorden was echt het maximum. 

Daarna deden we dezelfde oefening nog eens, maar vroeg ik hen om het concept van de ideeënvloed toe te passen: ik vroeg hen om zich mentaal naar de keuken te verplaatsen, daar wat kasten en schuiven open te trekken en alle ronde voorwerpen te noteren die ze tegenkwamen. Het opvallende resultaat? In deze ronde lag het gemiddelde aantal antwoorden tussen de 12 en de 14. En dat is paradoxaal, want het gebied waarvan ik vroeg om te zoeken naar ronde voorwerpen was in de tweede ronde kleiner dan in de eerste, en toch lag het aantal antwoorden dubbel zo hoog. In grotere zoekgebieden is het dus veel moeilijker om veel antwoorden te vinden, dan in kleinere, afgebakende gebieden.

Klein gebied – veel ideeën

Waarom is dat nu belangrijk? Wel, als jij aan je team vraagt: “Kom eens met verbeterideeën”, dan is dat bijna hetzelfde als vragen: “Zoek eens naar ronde voorwerpen in de hele wereld”. Dat is zo breed, dat het voor jouw mensen moeilijk wordt om met veel ideeën te komen. En in een eerste fase van een creatief of innoverend proces, is de hoeveelheid ideeën cruciaal. Je wil dus zoveel mogelijk ideeën verzamelen om daarna te kijken wat je ermee kan doen, welke je kan realiseren. Hoe breder het gebied waarin je zoekt, hoe minder antwoorden je vindt. En hoe smaller het gebied, hoe meer antwoorden je vindt. Eigenlijk een omgekeerde driehoek.

De techniek is dus niet om één groot gebied te omschrijven en daar naar ideeën te zoeken, maar om heel veel kleine gebiedjes te gaan analyseren en daarin veel meer ideeën te zoeken. De kwantiteit primeert in eerste instantie op de kwaliteit.

In je bedrijf, je zaak of je project wil je dus zo concreet mogelijk naar ideeën zoeken. Een verbeteridee zou kunnen zijn: besparen. Dat gebied kan je nog enger maken: hoe kunnen we besparen op de verpakkingskosten van onze goederen? En ook dat gebied kan je nog versmallen: hoe kunnen we besparen op de verpakkingskosten op de producten die we verzenden naar Duitsland? Baken het gebied waarin je gaat zoeken zo smal mogelijk af en laat de ideeën maar stromen. En wat ook belangrijk is: ook gekke ideeën zijn welkom!

Blueprinten

Bij Swift Skills bijvoorbeeld ging het niet zozeer over hoe we onze marketing konden verbeteren. We maakten het concreter: hoe kunnen we onze e-mailcampagnes verbeteren, dat een onderdeel van marketing is. Dat segmenteerden we weer verder: hoe kunnen we onze conversieratio verbeteren van de e-mailcampagnes die we versturen naar onze klanten-advocaten bijvoorbeeld. Hoe meer ideeën je krijgt, hoe meer je kan verfijnen en afstemmen op jouw doelgroepen. Dat noemen wij weleens blueprinten

Dat is een term uit de autowereld die je me wel vaker hoort gebruiken. De onderdelen van een wagen worden gebouwd binnen bepaalde toleranties. Een motor mag bijvoorbeeld tussen x en y liggen om goed te kunnen functioneren. En wat doet men in de racerij? Daar maakt men die toleranties heel smal: men gaat de optimale tolerantie voor een motor gebruiken. Bijvoorbeeld, een zuiger of piston in een motor weegt tussen de x en y gram. In een wagen heb je er zo zes tot acht. En hoe kleiner de verschillen tussen die zuigers zijn, hoe makkelijker die motor gebalanceerd is en hoe beter hij presteert.

  1. ‘Groen licht’-denken van ‘rood licht’-denken scheiden

Het concept van de ideeënvloed werkt alleen maar optimaal als je ook ‘groen licht’-denken van ‘rood licht’-denken gaat scheiden. ‘Groen licht’ wil zeggen dat alles kan en alles mag. Het is heel open minded en creatief denken met je rechterhersenhelft. En ‘rood licht’ staat voor heel beoordelend denken met je linkerhersenhelft: het is beperkend, je kijkt alleen naar wat er kan en wat realistisch is.

Beide manieren van denken hebben elk hun voordelen. Maar wil je innoveren? Dan haal je ze best niet door elkaar. En dat gebeurt vaak in de praktijk. Stel, je vraagt in een vergadering hoe we de conversieratio in onze e-mailcampagnes naar onze vastgoedmakelaars kunnen verbeteren. Iemand schuift dan zijn of haar idee naar voren: dat is ‘groen licht’-denken. Maar dan zegt plots iemand anders: “Nee dat gaan we niet doen, dat is belachelijk.” Dat is dan weer ‘rood licht’-denken. Door dat zo te zeggen, rem je de anderen die ook ideeën hebben af. Zij durven die van hen niet meer te delen en zo gaat het beste idee misschien wel verloren.

Rugzakoefening

Om dat te vermijden, nodig ik je uit om een oefening te doen: de rugzakoefening. Ik zei dan tegen mijn team dat we even alleen maar aan ‘groen licht’-denken gingen doen. En voor technisch aangelegde mensen, zoals ingenieurs bijvoorbeeld, is dat een hele moeilijke oefening (waar ik natuurlijk niets verkeerds mee bedoel!) want zij moeten dat beoordelend denken loslaten. Ik nam een rugzak en gaf die rond in de groep. En dan zei ik: “Wie de rugzak vastheeft, moet zo snel mogelijk een verbeteridee in de groep gooien in een bepaald gebied om die rugzak beter te verkopen.”

De rugzak ging dan de groep rond en iedereen gaf zijn of haar verbeteridee. Met die oefening wilde ik mensen erop wijzen dat hoe gekker het idee is dat we horen, hoe moeilijker het is om dat beoordelend denken te onderdrukken. Waren de ideeën niet gek genoeg? Dan deed ik er nog een schepje bovenop. Kreeg ik te weinig ideeën? Dan probeerde ik het gebied verder af te bakenen en paste ik het ideeënvloedconcept toe in dat ‘groen licht’-denken.

Zodra we een mand vol ideeën hadden, zei ik: “Oké, nu leggen we dat groen licht opzij en gaan we beoordelend denken.” Pas hier schakel je over op dat ‘rood licht’-denken. Je scheidt de beide manieren van denken dus echt van elkaar. Pas in deze stap ga je kijken of de ideeën betaalbaar of haalbaar zijn en worden er sommige van tafel geveegd. En dat zijn trouwens niet altijd de gekste ideeën! 

Schrap “realistisch”

In deze stap wilde ik er ook voor zorgen dat het woord “realistisch” niet werd gebruikt. Want innoveren wil zeggen dat je nieuwe manieren wil vinden om bestaande dingen (beter) te doen. Maar “realistisch” is eigenlijk gebaseerd op wat jij weet dat er kan, per definitie is dat dus gebaseerd op wat jij weet wat er al bestaat en dus op het verleden. Vanaf je het woord “realistisch” gebruikt, ben je dan ook niet meer aan het innoveren. Mijn suggestie? Of het nu voor jezelf is of in meetings: schrap het woord realistisch. Denk voor jezelf na hoe je jouw ideeën kan implementeren. Kortweg: het groen licht staat voor ‘wat’-denken en het rood licht staat voor ‘hoe’-denken. En die twee hou je uit elkaar, ze krijgen elk hun eigen plek en moment.

Nu denk je misschien: het is beter om niet ‘groen licht’ te denken en alleen maar ‘rood licht’ of vice versa. Maar ik nodig je uit om je mensen niet te beoordelen op welk soort denken ze goed zijn. Je hebt allebei nodig. Een bedrijf waar ze alleen maar aan ‘groen licht’-denken doen, dat is geen lang leven beschoren. En een bedrijf waar ze alleen maar aan ‘rood licht’-denken doen, daar kom je geen stap mee verder.

Jouw rol als leider is om ervoor te zorgen dat mensen hun ideeën in een veilige omgeving kunnen loslaten. En dat er daarna gekozen wordt welke idee er wordt uitgewerkt. Laat in de groen licht-sessies alle beperkingen los, gooi er af en toe nóg iets gekkers tussen om te laten zien hoever mensen mogen gaan. Zo stimuleer je innovatie, stimuleer je mensen om met nieuwe dingen te komen. En daar zit toekomst in. Dan ben je het anders aan het doen dan anders en ben je het beter aan het doen dan anderen.

Buiten het vierkant denken

Buiten het vierkant denken. Dat hoor je weleens wanneer het over creativiteit en innovatie gaat. In de video van de podcast zie je mij negen stippen op een blad papier zetten in de vorm van een vierkant. De opdracht? Verbind de negen stippen met vier rechte lijnen zonder dat je je pen van het blad licht. Probeer het thuis eens uit en bekijk ook zeker de video.

Heb je ’t geprobeerd? Dan heb je gemerkt dat de truc is om niet binnen dat vierkant te blijven denken, maar erbuiten. En dat is mijn uitnodiging: denk buiten het vierkant wanneer je de ideeënvloed toepast en wanneer je het ‘groen licht’-denken van het ‘rood licht’-denken scheidt.

Ik wens je enorm veel succes! Ik ben er heilig van overtuigd dat als we altijd doen wat we altijd deden, dat we altijd dezelfde resultaten zullen hebben die we altijd hadden. En als die resultaten niet goed genoeg zijn, als ze beter moeten en je voorsprong wil creëren: pas die tools toe. Word creatiever, word innovatiever. En vooral: geloof dat je het kan. Jij kan buiten het vierkant denken.

Tot volgende week!

Business Dad
PS Bedacht je een fenomenaal idee? En wil je dat pitchen? Download de freebie op www.businessdad.be/overtuigendvernieuwingbrengen en ga ervoor!

Leave a Reply

Your email address will not be published.